Lening aan de bv? Houd het zakelijk!


21 mei 2012

Het komt regelmatig voor dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) geld leent aan zijn bv. Is de lening onder zakelijke voorwaarden aangegaan, dan is de rente die de bv betaalt aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. De rente die u ontvangt, is progressief belast in box 1 onder de terbeschikkingstellingregeling. Als de bv niet langer in staat is om de lening af te lossen, dan mag u in diezelfde box een afwaarderingsverlies in aanmerking nemen. Maar wat is nu precies zakelijk?

Zakelijke voorwaarden
Wanneer een lening keurig volgens de fiscale spelregels is opgesteld, is er een schriftelijke overeenkomst tussen u en uw bv. In deze overeenkomst zijn een aflossingsschema en een reëel rentepercentage opgenomen. Bovendien zijn er reële zekerheden gesteld. Om te beoordelen of een lening zakelijk is, moet u zichzelf afvragen of ook een onafhankelijke derde een dergelijke leningsovereenkomst met uw bv zou zijn aangegaan.

Wat nu als de lening niet aan al deze voorwaarden voldoet? Het rentepercentage is bijvoorbeeld te laag, u heeft geen zekerheden bedongen of er is schriftelijk geen aflossingsschema opgesteld. Dan wil dit nog niet automatisch zeggen dat hier sprake is van een ‘onzakelijke’ lening.

Onzakelijke rente
Heeft u een te lage of geen rente afgesproken, dan moet voor de fiscale winstberekening toch worden uitgegaan van een zakelijke rente. Deze rente is bij u belast in box 1 en bij de bv aftrekbaar. Als een zakelijke rente niet kan worden bepaald (omdat een onafhankelijke derde nooit bereid zou zijn geweest een dergelijke lening onder dezelfde voorwaarden te verstrekken), dan wordt verondersteld dat u een debiteurenrisico bent aangegaan dat een derde niet zou hebben genomen. In dat geval is de hogere zakelijke rente nog steeds belast bij u, maar kunt u een eventueel afwaarderingsverlies niet in box 1 in aanmerking nemen.

Afwaarderingsverlies wel of niet aftrekbaar?
Een onzakelijke rente betekent dus niet per definitie dat een lening ook onzakelijk is. Zo besliste de Hoge Raad onlangs dat een dga toch een afwaarderingsverlies in aanmerking mocht nemen, ondanks dat geen zekerheden waren gesteld en geen aflossingsschema was opgesteld. Belangrijk is het moment waarop de lening is aangegaan. De dga kon aantonen dat er op dat moment voldoende zekerheid was dat de bv de lening in de toekomst zou kunnen aflossen. De inspecteur kon niet aantonen dat de dga een debiteurenrisico was aangegaan dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Het gevolg was dat het afwaarderingsverlies wel aftrekbaar was in box 1.